Huishoudelijk Reglement

(januari 2011)


1. DE KANDIDATUREN TOT DE STATUTEN

1.1. HET STATUUT VAN ASPIRANT

1.1.1. INDIENEN EN ONDERZOEK VAN DE KANDIDATUREN

1.1.1.1. De kandidatuur voor het statuut van aspirant moet schriftelijk worden ingediend bij de Voorzitter tussen 1 september en 31 oktober, samen met een curriculum vitae en alle bewijsstukken betreffende de opleiding van de postulant.

1.1.1.2. De Voorzitter bevestigt de ontvangst van de toegezonden documenten en bezorgt de postulant voor het statuut van aspirant een kopie van de statuten, van de deontologische code en van het huishoudelijk reglement (H.R.); hij maakt alle inlichtingen betreffende de kandidatuur over aan de leden van het opleidingscomité.

1.1.1.3. Het opleidingscomité onderzoekt de kandidatuur en deelt zijn beslissing mede aan de Voorzitter en aan de eerstvolgende algemene vergadering:

  • ontvankelijke of onontvankelijke kandidatuur op grond van de formele voorwaarden (statuten en H.R.);
  • als de kandidatuur ontvankelijk is wordt beslist, óf voor aanvaarding, óf voor weigering.


1.1.1.4. De persoonlijke analyticus van de postulant neemt geen deel aan deze deliberaties.

1.1.2. TOELATINGSVOORWAARDEN

Het statuut van aspirant staat open voor al wie zich in het jungiaanse denken wil verdiepen; voor kandidaten-analytici bij onze School is het een verplichte eerste fase van de opleiding.

Om het statuut van aspirant aan te vragen moet de postulant:

1.1.2.1. Voldoende lang geëngageerd zijn in een persoonlijke analyse; andere psychotherapeutische ervaringen kunnen in aanmerking genomen worden. Het opleidingscomité zal dit beoordelen.

1.1.2.2. Zich schriftelijk akkoord verklaren met de statuten, de deontologische code en het huishoudelijk reglement.

1.1.2.3. Een afspraak maken met drie leden van het opleidingscomité naar eigen keuze, maar niet met de persoonlijke analyticus. Deze gesprekken moeten plaatsvinden vóór 30 november en worden gehonoreerd.

1.1.2.4. De personen die als aspirant werden toegelaten moeten deelnemen aan de activiteiten die voor hen georganiseerd worden door het opleidingscomité. Zij zijn geen lid van de School, en worden door haar niet gemachtigd om analyse te beoefenen.

1.2. HET STATUUT VAN KANDIDAAT

1.2.1. INDIENEN EN ONDERZOEK VAN DE KANDIDATUREN

1.2.1.1. De kandidatuur voor het statuut van kandidaat moet schriftelijk worden ingediend bij de Voorzitter tussen 1 september en 31 oktober, samen met een curriculum vitae en alle bewijsstukken betreffende de opleiding van de postulant.

1.2.1.2. De Voorzitter bevestigt de ontvangst van de toegezonden documenten en maakt alle inlichtingen betreffende de kandidatuur over aan de leden van het opleidingscomité.

1.2.1.3. Het opleidingscomité onderzoekt de kandidatuur en deelt zijn beslissing mede aan de Voorzitter:

  • ontvankelijke of onontvankelijke kandidatuur op grond van de formele voorwaarden (statuten en H.R.);
  • als de kandidatuur ontvankelijk is bepaalt het opleidingscomité of de postulant geschikt of ongeschikt is om een analytische praktijk te starten onder supervisie van de leeranalytici van de School.


1.2.1.4. De persoonlijke analyticus van de postulant neemt geen deel aan deze deliberaties.

1.2.1.5. De Voorzitter zal, één maand vóór de datum van de algemene vergadering, aan alle leden de lijst laten geworden van de postulanten voor het statuut van kandidaat, samen met de nuttige inlichtingen betreffende hun kandidatuur en het advies van het opleidingscomité.

1.2.1.6. Elk lid van de School, behalve de persoonlijke analyticus, kan zich ten laatste 14 dagen vóór de algemene vergadering tegen een kandidatuur verzetten, door zijn motivering schriftelijk op te sturen naar de Voorzitter, die er de algemene vergadering van in kennis zal stellen.

1.2.1.7. De kandidaturen die een gunstig advies kregen van het opleidingscomité worden onderzocht door de algemene vergadering die ze aanvaardt of weigert. Een meerderheid van twee derden van de aanwezige of vertegen-woordigde stemmen is nodig voor de toelating van een kandidaat.

1.2.1.8. De kandidaten mogen analyse beoefenen onder supervisie, maar zijn geen leden van de Vereniging.

1.2.2. TOELATINGSVOORWAARDEN

Om te postuleren voor het statuut van kandidaat moet men:

1.2.2.1 Geëngageerd zijn in een persoonlijke analyse (minstens 240 sessies).

1.2.2.2. Een universitair diploma (geneeskunde, psychologie, equivalent) of een gedegen opleiding die door het Opleidingscomité als voldoende wordt beoordeeld, en een klinische opleiding in de psychiatrie kunnen voorleggen.

1.2.2.3. Gedurende twee jaar op actieve wijze het programma gevolgd hebben dat door het opleidingscomité georganiseerd wordt voor de aspiranten.

1.2.2.4. Bewezen hebben voldoende theoretische kennis te bezitten op het gebied van de analytische psychologie en de psychoanalyse. Deze kennis kan bewezen worden door een persoonlijk theoretisch werk (artikel of wetenschappelijke lezing) of door een examen georganiseerd door het opleidingscomité.

1.2.2.5. In staat zijn om op een doorleefde manier te spreken over de eigen analyse, de belangrijke momenten, de bewustwording van de innerlijke conflicten en hun evolutie.

1.2.2.6. Blijk geven van de noodzakelijke kwaliteiten om een analytische praktijk aan te vatten onder supervisie van leeranalytici van de School.

1.2.2.7. Een afspraak maken met drie leden van het opleidingscomité naar eigen keuze, maar niet met de persoonlijke analyticus. Deze gesprekken moeten plaatsvinden vóór 30 november en worden gehonoreerd.

1.2.3. OPLEIDINGSCURRICULUM

1.2.3.1. Na zijn aanvaarding door de algemene vergadering, op advies van het opleidingscomité, begint de kandidaat aan de opleiding die tot doel heeft hem te bekwamen tot de uitoefening van het beroep van analyticus. De modaliteiten van deze opleiding worden individueel bepaald door het opleidingscomité en houden rekening met:

  • a. de algemene vorming van de kandidaat;
  • b. zijn theoretische bagage;
  • c. een ervaring met psychoanalytische groepsfenomenen;
  • d. deelname aan theoretische en toegepaste activiteiten (seminaries, lees- of studiegroepen, ...);
  • e. controles van lopende analyses; deze supervisie moet minstens 150 werkuren omvatten over minstens twee jaar. Ze zal gebeuren met minstens twee leeranalytici, maar niet met de persoonlijke analyticus. De controles moeten betrekking hebben op minstens 180 analytische werkuren.


1.3. HET STATUUT VAN LID

1.3.1.INDIENEN EN ONDERZOEK VAN DE KANDIDATUREN

1.3.1.1. De kandidatuur voor het statuut van lid moet schriftelijk worden ingediend bij de Voorzitter tussen 1 september en 31 oktober, samen met een curriculum vitae en alle bewijsstukken betreffende de opleiding van de postulant.

1.3.1.2. De Voorzitter bevestigt de ontvangst van de toegezonden documenten en maakt alle inlichtingen betreffende de kandidatuur over aan de leden van het opleidingscomité

1.3.1.3. Het opleidingscomité onderzoekt de kandidatuur en deelt zijn advies mede aan de Voorzitter:

  • ontvankelijke of onontvankelijke kandidatuur op grond van de formele voorwaarden (statuten en H.R.);
  • als de kandidatuur ontvankelijk is zal het opleidingscomité bepalen of de toelatingscriteria om lid te worden vervuld zijn, conform punt 1.3.2.


1.3.1.4. De persoonlijke analyticus van de postulant neemt geen deel aan deze deliberaties.

1.3.1.5. De Voorzitter zal, één maand vóór de datum van de algemene vergadering, aan alle leden de lijst laten geworden van de postulanten voor het statuut van lid, samen met de nuttige inlichtingen betreffende hun kandidatuur en het advies van het opleidingscomité.

1.3.1.6. Elk lid van de School, behalve de persoonlijke analyticus, kan zich ten laatste 14 dagen vóór de algemene vergadering tegen een kandidatuur verzetten, door zijn motivering schriftelijk op te sturen naar de Voorzitter, die er de algemene vergadering van in kennis zal stellen.

1.3.1.7. De kandidaturen die een gunstig advies kregen van het opleidingscomité worden onderzocht door de algemene vergadering die ze aanvaardt of weigert. Een meerderheid van twee derden van de aanwezige of vertegenwoordigde stemmen is vereist.

1.3.2. TOELATINGSVOORWAARDEN

De toelatingsvoorwaarden voor een lid zijn de volgende:

1.3.2.1. Op actieve wijze het programma gevolgd hebben dat door het opleidingscomité georganiseerd wordt voor de kandidaten.

1.3.2.2. Aangetoond hebben, tijdens het werk met de supervisoren, dat een reëel aanleren van het beroep van analyticus plaatsvond;

1.3.2.3. Aangetoond hebben, door middel van een theoretisch en klinisch werkstuk (uitgeschreven en mondeling voorgebracht), dat men bekwaam is om het beroep van analyticus uit te oefenen, wat betreft het respecteren van de techniek, het begrijpen van de theorie en het hanteren van de analytische relatie in de overdracht en tegenoverdracht.

2. HET VERKRIJGEN VAN DE TITELS

2.1. DE TITEL VAN LEERANALYTICUS

2.1.1. INDIENEN EN ONDERZOEK VAN DE KANDIDATUREN

2.1.1.1. De kandidatuur voor de titel van leeranalyticus moet schriftelijk worden ingediend bij de Voorzitter tussen 1 september en 31 oktober, samen met een curriculum vitae en alle stukken nodig om te bewijzen dat het lid aan de aanvaardingscriteria voldoet.

2.1.1.2. De Voorzitter bevestigt de ontvangst van de toegezonden dokumenten en maakt alle inlichtingen betreffende de kandidatuur over aan de leden van het opleidingscomité.

2.1.1.3. Het opleidingscomité onderzoekt de kandidatuur en deelt zijn advies mede aan de Voorzitter, die het overmaakt aan de algemene vergadering, samen met het gevolgde curriculum.

2.1.1.4. De Voorzitter zal, één maand vóór de datum van de algemene vergadering, aan alle leden de lijst laten geworden van de postulanten voor de titel van leeranalyticus, samen met de nuttige inlichtingen betreffende hun kandidatuur en het advies van het opleidingscomité.

2.1.1.5. Elk lid van de School kan zich ten laatste 14 dagen vóór de algemene vergadering tegen de kandidatuur verzetten, door zijn motivering schriftelijk op te sturen naar de Voorzitter, die er de algemene vergadering van in kennis zal stellen.

2.1.1.6. Over de benoeming tot leeranalyticus beslist de algemene vergadering soeverein. Een meerderheid van de twee derden van de aanwezige of vertegenwoordigde stemmen is noodzakelijk.

2.1.2. TOELATINGSVOORWAARDEN

2.1.2.1. De stichtende leden van de B.S.J.P. die leeranalyticus zijn bij een vereniging aangesloten bij de I.A.A.P. behouden deze titel.

2.1.2.2. De leden kunnen hun kandidatuur stellen om de titel van leeranalyticus te bekomen zeven jaar na hun toelating als lid van de B.S.J.P. of van de I.A.A.P.

2.1.2.3. De toelatingscriteria voor een leeranalyticus zijn de volgende:

  • voldoende analytische ervaring en praktijk hebben;
  • blijk gegeven hebben van een actieve inzet in het leven van de School:
  • actief zijn geweest op wetenschappelijk gebied en psychoanalytische publicaties verwezenlijkt hebben (wetenschappelijke tijdschriften, officieel orgaan van de B.S.J.P., enz. );
  • in het kader van de B.S.J.P. verschillende uiteenzettingen te hebben gegeven waarvan de wetenschappelijke en psychoanalytische waarde gewaardeerd werd;
  • door zijn collega's erkend worden omwille van zijn professionele competentie en nauwgezetheid, en ook omwille van zijn didactische en ethische kwaliteiten.


2.2. DE TITEL VAN ERELID

Het betreft een eretitel die de algemene vergadering kan toekennen aan sommige leden, als dank voor diensten bewezen aan de School.

3. DE INSTITUTIONELE ORGANEN

3.1. OPLEIDINGSCOMITE

3.1.1. WERKING

3.1.1.1. Het opleidingscomité bestaat uit tenminste vier leden waaronder tenminste twee leeranalytici, verkozen door de algemene vergadering (bij eenvoudige meerderheid) voor twee jaar. Hun mandaat is tweemaal hernieuwbaar. De leden die geen leeranalytici zijn kunnen verkozen worden indien ze tenminste vijf jaar lid van de B. S. J .P. zijn. De kandidaturen en hernieuwingen van het mandaat moeten bij de Voorzitter ingediend worden tenminste 15 dagen vóór de algemene vergadering. De kandidaturen en hernieuwingen van het mandaat kunnen echter uitzonderlijk tijdens de algemene vergadering worden ingediend wanneer het aantal leden in het opleidingscomité onvoldoende zou zijn na de stemming over de eventuele reeds ingediende kandidaturen.

3.1.1.2. De leden van het opleidingscomité duiden onder elkaar een secretaris aan.

3.1.1.3. De aspiranten en de kandidaten zullen minstens één keer per jaar een ontmoeting hebben met het opleidingscomité om hun vorderingen te evalueren.

3.1.2. VERANTWOORDELIJKHEID

3.1.2.1. Het opleidingscomité is voor wat betreft zijn opgave verantwoordelijk tegenover de algemene vergadering.

3.1.2.2. Het opleidingscomité moet elke kandidatuur onderzoeken tot het bekomen van het statuut van aspirant, kandidaat en lid, en van de titel van leeranalyticus,volgens de bepalingen van dit reglement, en er verslag over uitbrengen bij de Voorzitter, die de beslissingen en adviezen overmaakt aan de algemene vergadering.

3.1.2.3. Het opleidingscomité heeft als taak het werk van de aspiranten te evalueren, over het opleidings-curriculum van de kandidaten te waken, en de inhoud van de opleiding aan te passen aan ieders behoeften.

3.1.2.4. Het opleidingscomité kan aan de algemene vergadering voorstellen om kandidaten uit te sluiten die niet beantwoorden aan de vereisten van de statuten en het H.R.

3.1.2.5. Het opleidingscomité kan aspiranten uitsluiten die niet beantwoorden aan de vereisten van de statuten en het H.R.

3.1.2.6. Het opleidingscomité is ook verantwoordelijk voor de organisatie van wetenschappelijke - of opleidings-activiteiten (cursussen, seminaries, lezingen, ontmoetingen met andere verenigingen, enz.) en is belast met de publicaties van de School. Het kan zich bij deze taak laten helpen door leden die geen deel uitmaken van het opleidingscomité.

3.1.3. LEDEN VAN HET OPLEIDINGSCOMITE:

     

Milène Baron

5 rue Dubuis
1170 Bruxelles
milene.baron@gmail.com

00 32 (0) 2 375 49 91

     

Jan Tilley

Bosstraat 12
9255 Buggenhout
jan.tilley@skynet.be

00 32 (0)5 233 76 20

     

Walter De Clercq  

Osylei 17A
2640 Mortsel
walter.de.clercq2@telenet.be

00 32 (0)3 216 04 48

     
Jos de Vogelaer 1 rue du Moulin
BE – 1357 Hélécine
josdevogelaer@skynet.be
00 32 (0) 19 65 73 73


3.2. ETHISCHE COMMISSIE

3.2.1. WERKING

3.2.1.1. De ethische commissie staat ter beschikking van ieder lid dat wenst te spreken over een ethisch probleem dat hem alleen betreft. Dergelijk initiatief wordt geheim gehouden.

3.2.1.2. De ethische commissie is belast met het ontvangen van elke klacht betreffende het niet-respecteren van de deontologische code, en met het onderzoeken ervan, rekening houdend met beide partijen. Op deze basis komt het haar toe te oordelen of het bij dit onderzoek kan blijven, onder haar verantwoordelijkheid alleen.

3.2.1.3. De ethische commissie is bevoegd om kleinere sancties uit te spreken. Grotere sancties zullen voorgesteld worden aan het uitgebreid bureau (ethische commissie en raad van bestuur). Ze zullen voorlopig van kracht zijn en onderworpen worden aan de eerstvolgende algemene vergadering die ze kan bekrachtigen.

3.2.1.4. De kleinere sancties zijn:

  • de waarschuwing;
  • de blaam;
  • herstellende maatregelen;
  • probatie-maatregelen voor een beperkte duur;


3.2.1.5. De grotere sancties zijn:

  • de tijdelijke opheffing uit een functie of uit de School;
  • de uitsluiting.


3.2.1.6. De ethische commissie is gemachtigd om aan de School voorstellen te doen die ze noodzakelijk acht op ethisch gebied.

3.2.2. SAMENSTELLING

3.2.2.1. De ethische commissie bestaat uit drie leden die minstens vijf jaar lid zijn van de B.S.J.P. Ze worden verkozen door de algemene vergadering (bij eenvoudige meerderheid) en zijn voor één derde vernieuwbaar om de twee jaar. Hun mandaat is tweemaal hernieuwbaar. De algemene vergadering zal bovendien drie plaatsvervangers aanduiden. De kandidaturen en hernieuwingen van het mandaat moeten bij de Voorzitter ingediend worden tenminste 15 dagen vóór de algemene vergadering. De kandidaturen en hernieuwingen van het mandaat kunnen echter uitzonderlijk tijdens de algemene vergadering worden ingediend wanneer het aantal leden in de ethische commissie onvoldoende zou zijn na de stemming over de eventuele reeds ingediende kandidaturen.

3.2.3. LEDEN VAN DE ETHISCHE COMMISSIE:

 

     
Jos de Vogelaer 1 rue du Moulin
BE – 1357 Hélécine
josdevogelaer@skynet.be
00 32 (0) 19 65 73 73
     
Milène Baron 5 rue du Buis
BE -1170 Bruxelles
milene.baron@gmail.com
00 32 (0) 2 375 49 91
     
Roland Schols 20 rue Victor Oudart
BE – 1030 Bruxelles
roland.schols@skynet.be
00 32 (0) 2 734 20 47
     
VERVANGENDE LEDEN:
     
Walter De Clercq 17A Osylei
BE – 2640 Mortsel
     
Marie-Anne Smet 14 Verbindingslaan
BE-1060 Brussel
     
Bruno Verplaetse 34 De Croixlaan
BE - 1910 Berg
     


3.3. RAAD VAN BESTUUR

3.3.1. VERANTWOORDELIJKHEID

3.3.1.1. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het bestuur van de vereniging tegenover de algemene vergadering.

3.3.1.2. De raad van bestuur moet alle schikkingen treffen die nodig zijn om de beslissingen van de algemene vergadering uit te voeren.

3.3.2. SAMENSTELLING

3.3.2.1. Er zijn minstens drie en hoogstens zeven bestuurders. De duur van hun mandaat wordt bepaald door artikel 20 van de Statuten.

3.3.2.2. De kandidaturen voor de raad van bestuur moeten de Voorzitter bereiken tenminste 15 dagen vóór de algemene vergadering. De kandidaturen kunnen echter uitzonderlijk tijdens de algemene vergadering worden ingediend wanneer, na de stemming over de eventuele reeds ingediende kandidaturen, de raad van bestuur uit minder dan drie leden zou bestaan.

3.3.2.3. De Voorzitter, de Vice-Voorzitter, de Secretaris, de Penningmeester en de andere bestuurders worden verkozen door de algemene vergadering. Een meerderheid van de twee derden van de aanwezige of vertegenwoordigde stemmen is nodig voor hun verkiezing (art. 17 van de statuten).

3.3.3. LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR:

     
President :
Dirk Vergaert   Rivierstraat 30
9270 Laarne
dirk.vergaert@telenet.be
00 32 (0)9 369 00 09
     
Vice-President :
Milène Baron   5 rue Dubuis
1170 Bruxelles
miléne.baron@gmail.com
00 32 (0)2 375 49 91
     
Penningmeester :
Walter De Clercq   Osylei 17 A
2640 Mortsel
walter.de.clercq2@telenet.be
00 32 (0)3 216 04 48
     
Secretaris :
Catherine Massin   85 avenue Louise
BE-1050 Bruxelles
cathmassin@gmail.com
00 32 (0) 473 55 80 19
     
Lid :
Roland Schols   20 rue Victor Oudart
1030 Bruxelles
roland.schols@skynet.be
00 32 (0)2 734 20 47